
Van grote systeemvraag naar lokale impact in Charlois
Wat gebeurt er als je circulariteit niet op wereldschaal bekijkt, maar terugbrengt naar één wijk?
Tijdens de Circulaire Campus werkte Mart Roumen samen met Gerard Keetman en Qyomi Gonzalez aan precies die vraag. Hun vertrekpunt: onderzoeken of een wijk als Charlois niet alleen sociaal, maar ook economisch meer als een lokale kringloop kan functioneren.
Al snel bleek dat er lokaal veel meer mogelijk is dan vaak wordt gedacht. Ondernemers zoeken opdrachten, bewoners beschikken over talent en organisaties hebben diensten nodig, maar vraag en aanbod weten elkaar lang niet altijd te vinden. Terwijl een bedrijf een specialist aan de andere kant van het land inschakelt, kan iemand met precies dezelfde expertise letterlijk een paar straten verderop zitten.
Daar ontstond het idee van een minimaatschappij: een gebied waarin mensen, ondernemers en organisaties veel bewuster gebruikmaken van wat er lokaal al aanwezig is. Niet alleen om ketens te verkorten, maar ook om vertrouwen, eigenaarschap en onderlinge verbondenheid te versterken.
Charlois als proeftuin
Charlois vormde daarvoor een interessante omgeving. De wijk kent een enorme diversiteit aan mensen, ondernemerschap, culturen en initiatieven, maar tegelijkertijd bestaan veel van die werelden naast elkaar.
Het team onderzocht daarom niet alleen economische verbindingen, maar ook de sociale kant van de wijk. Hoe zorg je ervoor dat bewoners lokale ondernemers beter vinden? Hoe breng je formele organisaties en informele netwerken bij elkaar? En hoe kan een wijk weer meer een plek worden waar mensen elkaar daadwerkelijk ontmoeten?
Gaandeweg verschoof het vraagstuk daarmee van puur circulariteit naar een bredere visie op een lokale, menselijke economie.
Een andere kijk op waarde
Een belangrijk inzicht was dat waarde niet alleen in financiële opbrengst zit. Lokale samenwerking kan ook sociale waarde creëren: nieuwe relaties, sterkere netwerken, meer betrokkenheid bij de buurt en kansen voor mensen die anders buiten beeld blijven.
Die gedachte sloot aan bij het denken over de humane economie van onder anderen Arjo Klamer en gaf het team een nieuw perspectief op het oorspronkelijke vraagstuk.
Voor Mart was juist die verbreding een van de belangrijkste opbrengsten van het traject. Een duurzaam systeem ontstaat niet alleen door materialen opnieuw te gebruiken of ketens efficiënter te organiseren. Het ontstaat ook door mensen opnieuw met elkaar te verbinden.
Van inzicht naar volgende stap
Het traject liet zien hoeveel potentie er zit in een aanpak die bewust klein begint: één wijk, korte lijnen en mensen die elkaar daadwerkelijk kennen.
Voor Mart was het daarmee geen eindpunt, maar juist een vertrekpunt voor een groter idee: Charlois sterker offline verbinden en onderzoeken hoe lokale economische en sociale netwerken elkaar kunnen versterken.
Of zoals het gedachtegoed van de Campus goed samenvat: groot denken begint soms juist heel dichtbij.
Verder lezen

